De vier toenmalige stadsdelen in West: Geuzenveld-Slotermeer, Slotervaart, Osdorp en Bos & Lommer hebben een onafhankelijk onderzoek laten doen naar de “Toekomst van de groenstructuur van Parkstad”.
Dirk Frieling, voorzitter van de Van Eesteren-Fluck & van Lohuizen-stichting biedt op 4-2-2010 het onderzoeksrapport aan aan Tys de Ruijter, portefeuillehouder groen en cultuurhistorie en opdrachtgever namens de 4 Parkstad stadsdelen.
Het onderzoek legt de ruimtelijke kenmerken van de doorgaande groenstructuur van de westelijke tuinsteden bloot: van de lange groene lijnen van park tot parkstrook, via de groene hoven tot het groen aan de voordeur. Deze groenstructuur is onlosmakelijk verbonden met de kenmerkende open bouwstijl van de westelijke tuinsteden. De vernieuwing van Amsterdam Nieuw West is immers een opgave met een belangrijke cultuurhistorische dimensie.
Waarom een groenstructuur?
De essentie van de groenstructuur van Parkstad is de doorkoppeling van de groene onbebouwde ruimte, vanaf de besloten verblijfsruimtes bij de woning naar de grote schaal van het landschap en de stad. In het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP, 1934) werd de hiërarchische opbouw van woonstraat, buurtstraat, wijkweg, stadstraat naar autoweg al vastgelegd. In de uitwerking van de groenstructuur is parallel aan deze indeling een verschillende karakteristiek voor de groene ruimte bepaald. De essentie van de groenstructuur is de doorkoppeling van tuin naar park. Typerend voor het tuinstadkarakter was de ‘tussenschaal’ van buurtstraat en wijkweg en van groenstrook en parkstrook. Deze elementen ontbreken in de 19e en vroeg 20ste eeuwse wijken van Amsterdam. Verder laat het schema van de ruimtelijke opbouw vanuit de woning het belang van asymmetrische wegprofielen, met één groene kant zien. Deze verbindende lijnen zorgen voor de continuïteit. Wanneer de gemeenschappelijke tuinen zichtbaar zijn vanaf de weg zorgt dat als het ware automatisch voor één groene kant van de weg. Als de tuinen niet meer meedoen in het stedelijk beeld dan moet deze rol door groenstroken worden overgenomen.

hiërarchie van het groensysteem (zie p21, rapport deel 3)
Wat staat er zoal in het rapport?
Lange lijnen
Om het groene netwerk robuuster te maken moeten er een aantal ontbrekende groene schakels worden aangeheeld en een aantal bestaande groengebieden worden heringericht. De herinrichting is er op gericht meer intensief gebruik te accommoderen en meer afwisseling en verzorgdheid in het groen te waarborgen.
Spelregels bij sloop-nieuwbouw
-
Het schaalniveau van de buurt (zie afbeeldingen p50, rapport deel 3)
- Elke buurt heef minimaal 2 groene randen;
- Deze groene randen kunnen worden versterkt door een rand van opengewerkte bebouwing met doorzicht op de tuinen;
- Elke buurt heeft een plek voor collectieve voorzieningen met daar omheen een groene ruimte;
- Alle straten in de buurt hebben een asymmetrisch profiel met één groene zijde;
-
het schaalniveau van de bebouwing (zie afbeeldingen p51, rapport deel 3)
Bij elk verkavelingstype moet het groen van de binnentuin of hof bij de woning worden doorgekoppeld naar de openbare weg. Dan ontstaan er doorgaande groenstroken, door de schakeling van groenplekken langs de weg of door het diagonaalswijs aaneenrijgen van groene plekken.
Bijlagen
De stadsdelen hopen dat het rapport (rechts bovenin) een inspiratiebron vormt bij de vraag hoe de groene kwaliteiten teruggebracht kunnen worden in het proces van de stedelijke vernieuwing. In de intentieverklaring en naschrift leest u wat de verantwoordelijke portefeuillehouders van de vier Parkstad stadsdelen vinden van deze onafhankelijke studie en wat zij zelf van plan zijn te doen met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het rapport. Uiteraard hopen zij dat ook hun opvolgers zich zullen laten inspireren door deze heldere analyse.
Onderzoek
Het idee voor dit onderzoek was afkomstig van de Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizen stichting. Op initiatief van de EFL-stichting is er al onderzoek gedaan naar het infrastructuurnetwerk in de studie ‘Lange Lijnen in Nieuw-West (Maurits de Hoog, 2007) en naar verandering in het gebruik van de ruimte in de ‘Atlas Westelijke Tuinsteden’(Ivan Nio, 2008). Dit onderzoek naar ‘De toekomst van de groenstructuur van Parkstad’ is de derde in de reeks. Het onderzoek is uitgevoerd door Feddes/Olthof landschapsarchitecten in samenwerking met de afdeling Architectuur-geschiedenis van de Vrije Universiteit. Het onderzoek is tot stand gekomen met de financiële steun van het stimuleringsfonds voor de architectuur en de EFL-stichting.